Skip to main content
 
IJmuiden

IJmuiden

IJmuiden


15 februari 2026
Matchday

Wie de mening is toegedaan dat Nederland een mooi land is zou eens bij vol bewustzijn met de bus van Amsterdam Sloterdijk naar IJmuiden moeten reizen. Een halfuur lang trokken we voorbij de meest afgrijselijke uitwassen van de industrie. Het voelde eindeloos want ondertussen luisterde ik ongewild naar het nasale gewauwel van vijf jonge Amerikanen. Met hun zonnebrillen als sluitstuk van quasinonchalante outfits hadden ze al bij het instappen mijn irritatiezone betreden. Ik kreeg zin in bonje en besloot het magere meisje in mijn blikveld een tijdje woedend aan te kijken en telde de seconden. Na 23 tellen verplaatste ze haar zonnebril van haar voorhoofd naar haar geprononceerde neus. In stilte vierde ik deze overwinning maar ik schrok toen het hele gezelschap plotseling in beweging kwam. Ze hadden hun bestemming bereikt: de skiheuvel – wat hun grote tassen verklaarde – en ik hoopte dat de heuvel was opgetrokken uit chemisch afval en andere schadelijke troep. Het liefst kankerverwekkend, zoals veel in deze contreien. Toen de bus optrok zag ik nog dat het meisje naar me wees en hervond terstond mijn stoerheid.

Blakend van het zelfvertrouwen stapte ik even later dan ook uit in wat je het centrum van IJmuiden zou kunnen noemen. Een groot stenen plein met een afzichtelijk gemeentehuis waar de vorig jaar aangeplante bomen nog alles behalve tot hun voorspelde wasdom van 6 meter waren gekomen. Verderop onttrokken zonnepanelen de oranje pannendaken van arbeiderswoningen aan het zicht. De snijdende wind had vrij spel en joeg me al snel het Grand Café in. Gelukkig zijn de wetten van de gastvrijheid universeel en dus was ik onmiddellijk in mijn element, al werd mijn grap over alcoholvrije whiskysaus bij de garnalenkroketten niet begrepen. Bij het bestellen van mijn tweede kopje koffie gooide ik het over een andere boeg: ‘Weet jij misschien of de grauwheid van dit plein iets met de Hoogovens te maken heeft?’ vroeg ik aan de timide serveerster met blauwe ogen, aan wie ik allerlei andere vragen besloot niet te stellen. ‘Geen idee meneer, zal ik het even aan de bazin vragen anders?’ Alleen al het woord bazin deed me huiveren en terwijl ik naar de bar keek waar een imposante, geblondeerde, kortpittige gestalte met fusten liep te slepen stamelde ik dat ze dat maar niet moest doen. In dit dorp van vis, staal en kanaalgravers was het zaak mijn hand niet al voor de wedstrijd te overspelen.

Het stadion lag twee straten verderop maar wel in een ander dorp. Terwijl ik overdacht hoe dat nu precies mogelijk was schoot ik wat plaatjes van het straatbeeld, dat zich kenmerkte door achterstallig onderhoud door de plaatselijke woningstichting. Een gezette vrouw in peignoir trok woedend de gordijnen dicht en verderop stak een verrookte oude man vanachter de geraniums zijn middelvinger op. Twee boa’s op parkeerpatrouille kwamen vragen wat ik aan het doen was maar ik deed alsof ik ze niet verstond, brabbelde wat namaak Oost-Europees en vervolgde zonder in te houden mijn weg. Ik grijnsde tevreden over deze beproefde strategie.

In het stadion leerde ik dat de promotie tot nogal wat stress had geleid en dat pas vlak voor aanvang van de competitie de laatste noodzakelijke aanpassingen aan de accommodatie gereed gekomen waren. ‘Dat zijn toch gewoon twee noodtribunes?’ zei ik wijzend op de constructies van staal en plastic achter beide doelen maar er volgde een strenge correctie. Het waren ‘semi-permanente units’ die voor de duur van twee jaar op de fundamenten van de oude stenen staantribunes uit 1948 waren gebouwd. Ik wilde beginnen over de daken van tentdoek, de broze kunststof klapstoeltjes en of die lichtslangen soms voor de sfeer waren maar er kwam alweer gratis bier aan.

Even later werden we in het uitvak met haring onthaald en hadden de dames van de catering voor de gelegenheid een rood vest van de gasten aangetrokken. Toch stelde ik vast dat je bleef zien, horen en vooral ruiken dat het viswijven waren. Ik nam de omgeving in me op en vroeg aan de voorzitter van de supportersvereniging of er tijdens de busreis soms onbeperkt gedronken mocht worden. Er gleden jongens van klapstoeltjes, er klotste bier over zwarte jasjes, schuin achter mij zat een man te slapen en er werd uit de maat gezongen en geklapt. Ik prees mezelf gelukkig dat ik niet met dit zootje in de bus terug hoefde. Ondertussen trok de kou in mijn ledematen, wat me vooral bij het plaskruis opviel, of ja…, juist niet eigenlijk. Hoe dan ook begon ik stilaan te verlangen naar de warmte van lijn 382 richting Sloterdijk.

Ze hadden op me gewacht, ik wist het zeker. Na de wedstrijd stond ik nog even de half gesloopte plaatselijke schouwburg op de foto te zetten toen uit een zijstraat geruisloos het elektrische voertuig van de boa’s kwam aanrijden. Boven de wijk krijsten wat meeuwen en het begon te sneeuwen. Ik zette het op een lopen. In plaats van de twee biertjes in het Grand Café waar ik me zo op had verheugd besloot ik een bus eerder te nemen. Dan moest ik alleen wel blijven rennen en ik was nu al volledig buiten adem. De ellende die een aanhouding zou geven deed echter onvermoede krachten loskomen. Ik prees mijn keuze voor offshore schoeisel op deze winterse dag en terwijl ik een bezorger op een fatbike inhaalde dacht ik terug aan mijn huurlingentijd in Tsjetsjenië. Op Plein 1945 kwam de bus al aanrijden. Hijgend vloog ik naar binnen en keek direct om. Geen boa te zien. Ik plofte neer. Buiten vormde zich een witte deken op de kolossale terminals, loodsen en schoorstenen en ik dommelde rozig weg in de warmte van de bus. Zachtjes resoneerde halfbewust en uit de maat een liedje door mijn geest. ‘Ver weg of spelend in de Veste, vocaal altijd de beste. De jongens van Vak-P. Degradatie of prijzen aan het pakken, altijd volle vakken. Twente Enschede.

     Matchday
15 februari 2026
Meer Matchday

21 maart 2026
20 december 2025