De Tabakshof is zo’n typische woonerfwijk uit de jaren negentig met grote maar dicht op elkaar gebouwde vrijstaande huizen. In een tuin had een stokoude man zojuist het gras gemaaid en iemand maakte een ommetje met de hond. Om de warmte buiten te houden zaten ramen en luiken potdicht. Ik liep langs een huis waar een verjaardag werd gevierd. Gedempt hoorde ik ‘Lang zal ze leven, lang zal ze leven’ zingen. Op de deur hing een briefje met het verzoek aan de gasten om achterom te komen. Bij ‘Hij leve hoog’ hield ik even in en keek om me heen. Wie wilde hier überhaupt leven?
Het sportpark lag aan een weg zonder trottoirs dus ik liep op het fietspad, tot onvrede van de drie fietsers die ik trof. Bij de laatste – een blaag op een fatbike – moest ik zelfs in de ongemaaide berm springen om lijf en leden te redden. Door zijn koptelefoon zal hij mijn welgemeende ‘kankerhond’ niet hebben gehoord. Ik merkte dat de klad in mijn humeur begon te komen. Dat werd bepaald niet beter toen ik bij de ingang van het sportpark twee beveiligers trof.
‘Goedemiddag meneer’
‘Goedemiddag’
‘Wat komt u doen?’
‘Ik kom voor de wedstrijd.’
‘Als wat?’
‘Als mezelf.’
‘Staat u op de lijst?’
‘Dat weet ik niet.’
‘U mag alleen naar binnen als u op de lijst staat.’
‘Hier heeft u mijn pen, zet me er maar op. Ik heet Jeroen. Kunt u wel schrijven? Anders zal ik het zelf wel even doen.’
‘U mag niet naar binnen meneer.’
‘Goed, dan kijk ik wel vanaf de parkeerplaats’.
Toen mengde plotseling de jongste van de twee zich in het gesprek: ‘Dat mag ook niet meneer.’ Onmiddellijk corrigeerde de oudste hem door te zeggen dat dat geen probleem was. Bedremmeld keek de jonge bebaarde kleerkast mij aan. ‘Nog even oefenen, jongen’ zei ik terwijl me omdraaide richting parkeerterrein. Van een afstandje zag ik dat de oude de jonge een reprimande gaf en ik betreurde dat ik niet kon horen wat er werd gezegd.
Op de parkeerplaats stond een man van een jaar of zestig met een legergroene elektrische fiets en ik bleek ook hier iemand getroffen te hebben die graag en veel over zichzelf sprak. Hij was verbolgen. Al jaren was hij actief als vrijwilliger bij deze club en nu kwam hij deze zaterdagmiddag het terrein niet op omdat hij niet op de lijst stond. Verontwaardigd wees hij naar een man die de ballenjongens aan het instrueren was. ‘Mag er wel in, terwijl ik langer vrijwilliger ben dan hij’, klaagde hij. Vervolgens begon hij te pochen bij welke clubs hij allemaal mensen kende, waar jij allemaal wel niet geweest was en dat hij ook regelmatig in Vak P gezeten had. De animositeit tussen Nijmegen en Arnhem daar had hij niks mee, zijn dochters werkten daar in de ziekenhuizen en volgende week ging hij zeker 3 avonden naar de Vierdaagsefeesten. Het interesseerde me allemaal geen reet maar het ging maar door.
Ik voelde een woedeaanval opkomen toen er achter ons een auto parkeerde. Het bleek een FC Twente-supporter uit Eibergen en zoals dat gaat met supporters in den vreemde raakten we al snel geanimeerd aan de praat. Nog een paar keer probeerde de vrijwilliger met zijn nietszeggende weetjes en ervaringen zich in het gesprek te mengen tot hij vlak voor de eerste drinkpauze eindelijk afdroop. Ondertussen begon het gebrek aan schaduw en catering voelbaar te worden. De voorbereiding had te wensen over gelaten, zoveel was duidelijk. Wel een pen, geen water en geen zonnebrandcrème. Was het wellicht overmoed geweest? Had ik gedacht dat mijn connecties me wel naar binnen zouden loodsen? Die klootzakken die me in de rust opbelden vanaf het schaduwrijke bordes boven de tribune om te vragen of ik misschien een zakje nootjes wilde omdat ik als een aap in een apenkooi achter dat hek stond. Na afloop besloot ik de tweede oefenwedstrijd te laten schieten en te vertrekken.
Tijdens het lopen merkte ik pas de oververhitting die zich meester van me had gemaakt. Heel even overwoog ik bij de Turkse kapper aan de Polseweg om een glaasje water te vragen maar mijn eergevoel won het van de dorst. Of was ik eigenlijk gewoon een racist? De brandende zon begon mijn zelfgevoel en identiteit aan te tasten. Was dit nu een zonnesteek? Ik dacht aan de keukenzaak die ik bij de bushalte had gezien en hallucineerde een glas ijskoud bruiswater uit een Quooker-kraan. Ik voelde het koolzuur prikkelen in mijn keel en de koele golven aan de binnenkant van mijn wangen.
Ik kwam bij in een tuinstoel in de ligstand onder een parasol. Een koud washandje op mijn voorhoofd en een kring bezorgde en nieuwsgierige gezichten. Ik bleek bevangen door de hitte min of meer vallend de tuin van het verjaardagshuis te zijn binnengekomen. De jarige vrouw des huizes – verpleegkundige in het ziekenhuis – en haar 17-jarige dochter die net afgestudeerd was als MBO-verpleegkundige hadden zich direct over mij ontfermd. Ik keek naar hun luchtige kleding en had onmiddellijk enorm de ziekte in dat ik me hun fysieke nabijheid niet kon herinneren hoewel ik wel meende nog ergens vaag een meisjesgeur te ontwaren. Of was dat de Aftersun op mijn gezicht, armen en benen? En terwijl ik nipte aan een glas koud bruiswater vroeg ik me af waar en hoe ze me aangeraakt hadden en of er wellicht camera’s in de tuin hingen die dat hadden gefilmd. Want wat zou het toch fijn zijn als ik een blijvende herinnering had aan de eerste vrouwelijke nabijheid sinds de zomer van 2025. Bovendien was het nu gratis, althans vooralsnog.
Aangezien de heer des huizes me sinds ik bijgekomen was met een mengeling van wantrouwen en ongeduld zwijgend had zitten aankijken besloot ik er maar niet over te beginnen. In plaats daarvan zei ik dat ik moest gaan. Nog enigszins wankelend stond ik op en toen ik mijn glas op tafel zette kwam de zoon des huizes in een Vitesse-shirt de tuin in lopen. Onmiddellijk braakte ik drie golven waterige Arnhemhaatkots over het tafelkleed. En terwijl ik de dochter een liefdevol tikje tegen haar strakke blote buik gaf keek ik in haar onschuldige blauwgroene ogen en zei dat ik verpleegkundige was geweest en dat misselijkheid ook een kenmerk van een zonnesteek is. Ze schrok terug van mijn zure adem. Vader stond op en zei dat het genoeg geweest was. In looppas vluchtte ik de tuin uit richting bushalte.
