Het was even na middernacht toen op station Ede-Wageningen één van de laatste plukjes Ajaxsupporters de trein verliet. Ze staken vuurwerk af op het perron. Ik stoof richting balkon, wachtte tot de deuren gingen sluiten en riep door de steeds nauwer wordende spleet een welgemeend 'vuile kankerjoden!' De trein trok op en er werd tegen de ramen gebonkt terwijl ik stoere gebaren maakte naar de donkere vensters. Met meer zelfvertrouwen dan alcohol in mijn lichaam keerde ik terug naar mijn eersteklascoupé - echte socialisten reizen eersteklas - waar ik net op tijd van de andere kant een woedende menigte zag komen aanstormen. Tien bange minuten bracht ik door in de geur van urine en schraal bier, mezelf afleidend met het lezen van de teksten op de wanden.
Op Arnhem Centraal moest ik worden ontzet door spoorwegbeveiligers. Ik trok er een zo stoer mogelijk gezicht bij en wees de meest gevaarlijk ogende 'Ajacied' aan als vuurwerkgooier en Arnhemse hoerenzoon. 'Laat ze maar komen,' zei ik tegen de beveiliger die blijkbaar de leiding had. Ik brabbelde iets over de Enschede Noord Fundamentals en Vak P en terwijl hij mij geroutineerd de trein naar Nijmegen induwde zag ik nog net dat het hem niet gelukt was zijn lachen in te houden.